124
man tot een Franschman zeide: „Misschien kan ik u in Engeland
van dienst wezen; binnen een half uur ben ik daar."
„In Engeland, binnen een half uur?"
,Ja, zooveel tijd heb ik noodig om de zee te bereiken. De
zee is onafscheidelijk aan Engeland verbonden."
Aldus vertelt Walter Scott in zijn „Leven van Bonaparte".
En in denzelfden geest zouden maar al te gaarne de Engelschen
van het komende tijdperk willen spreken — als er niet een „Emden"
en een „Karlsruhe", een „U 9" en een „U 21", een zeeslag bij de
kust van Chili enz. bestaan hadden, waarop Engeland niet had
gerekend.
Terwijl Engeland voorgaf op het Europeesche vasteland te
strijden voor het politiek evenwicht, wilde het van een dergelijk
evenwicht noch ter zee, noch in de overige werelddeelen iets
weten. Daar moest enkel Engeland heerschen, en als er zich een
andere vlag vertoonde, zou die er ten hoogste geduld worden.
Bij het uitbreken van een oorlog was het echter de natuurlijke
plicht van alle neutralen zich te buigen en zoo lang mogelijk van
de zeeën te verdwijnen, tot hun overzeesche handel vermoord en
door den grootmoedigen John Buil opgeslokt zou zijn.
Deze eischen zitten tot op den huidigen dag het Engelsche
volk in het bloed. Altijd nog verbindt men daar het „Rule Britan-
nia" met de alleenheerschappij ter zee, ofschoon deze door tal van
tractaten in de laatste honderd jaar uit een volkenrechtelijk oog-
punt onmogelijk is gemaakt. Altijd nog beweert men het Europeesche
evenwicht te willen beschermen, terwijl men de zaak feitelijk zoo
opvat, dat geen volk van Europa zich op het stuk van wereld-
politiek op denzelfden rang als Engeland mag plaatsen. Altijd nog
treedt men de rechten der neutralen onder den voet. De Boeren-
oorlog toch, zoowel als de oorlog van thans, hebben bewezen, dat
Engeland ter zee het beginsel „gelijk recht voor allen", als eersten
eisch van het volkenrecht te aanvaarden, zich verklaard heeft
met de kleine wijziging: „gelijk onrecht voor allen."
Duitschland daarentegen heeft zich steeds onvoorwaardelijk
verklaard voor het beginsel der vrijheid ter zee en heeft steeds, ook
in oorlogstijd, daarnaar gehandeld. Een bewijs daarvoor levert de
Fransch-Duitsche oorlog van 1870—71, evenals de tegenwoordige.
Nergens ter wereld hebben Duitsche oorlogsbodems of hulpkruisers
gepoogd, ook waar zulks mogelijk geweest ware, den neutralen