Full text: Elementen en atomen eens en thans : schetsen uit de ontwikkelingsgeschiedenis der elementen...

26 
gaat, — eene voorstelling die wij in het voorgaande bij de Hebreeuwen, 
Babyloniërs, en Phoeniciërs, en bij de oudste Egyptenaren reeds aan- 
getroffen hebben. Thai es was geen zuivere Griek1), en volgens 
Herodotus2) zelfs van geboorte een Phoenicier, welk feit eene 
rationeele verklaring kan geven voor zijne bijzondere keuze van het 
water als oer-element. Ongetwijfeld heeft hij daarbij tevens de weder- 
keerige overgangen van het ijs, het water, en de ijle damp in elkaar, 
mede in het oog gehad, alsook de overweging, dat het leven van 
plant en dier aan de aanwezigheid van sappen en van het bloed gebonden 
is, d. i. aan die van vochtige bestanddeelen. Toch is het, in verband 
met het bovengezegde volstrekt niet onwaarschijnlijk, dat zijne voor- 
stelling onder oosterschen invloed tot stand gekomen is. De aarde 
is bij hem eene platte schijf, welke op het omringende water drijft. 
§ 5. Op een gelijk of althans weinig verschillend niveau staat de 
voorstelling van zijn jongeren tijd- en stadgenoot Anaximenes 
(588—524 v. Chr.), die de lucht als het oer-element beschouwde, 
waaruit door verdichtingen en verdunningen, als gevolgen der 
eeuwige beweging, de verschillende stofsoorten ontstaan. Bij hem is als 
zoodanig het denkbeeld van de éénheid der materie duidelijk uitgespro- 
ken; tevens ligt in de voorstelling van het terugbrengen der qualita- 
tieve stofverschillen tot quantitatieve, nl. door de onderstelling eener 
werking van een agens op éénzelfde substraat, — een moment dat 
van groote beteekenis is in verband met de latere atomistiek. Waar- 
schijnlijk is de grootere bewegelijkheid der lucht, in vergelijk met die 
van het water, een feit van belang bij Anaximenes' bijzon- 
dere keuze geweest; terwijl ook biologische analogieën, vooral 
de vergelijking met „bezielde'.' wezens, daartoe het hunne mogen 
hebben bijgedragen, zooals trouwens zulke vergelijkingen met de 
bezielde natuur in het algemeen bij alle denkers der oudheid van 
doorslaand gewicht zijn geweest voor het vastleggen van den bijzon- 
deren vorm hunner denkbeelden. De in de oude wereld algemeen 
verspreide voorstelling van de overeenkomst tusschen de „ziel" der 
levende wezens en den „adem", zal namelijk bij deze keuze zeker 
van invloed geweest zijn. 
§ 6. De overtuiging, dat de laatste grond van het Zijnde geen 
object der ervaringswereld kan zijn, dringt zich het eerst op aan 
1) Th. Gompertz, loco cit. (1895), p. 39. 
2) Herodotus, Hist. 1. 170: ro aréxadev yévos lóvxog <Poinxos; cl. E. Meyer, 
Philolog. N. F. 2. 268; H. Diels, Archiv. f. Gesch. der Philos. 2. 169. Thales' 
wereldbeeld is.tendeele Egyptisch, tendeele Babylonisch: Tannery, Pour l'histoire 
de la science hellène, p. 70: F. Hommel, Der babglonische Ursprung der agyptlschen 
Kultur (1892), p. 8.
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.