41
uitstekend figuur hebben gemaakt als diplomaat. Maar zijn mond
vertrok als hij nijdig werd; en hij droeg een revolver in zijn
gordel met zes scherpe patronen en op de revers van zijn vest
een politie-insigne dat hem vrijheid gaf tot eventueel meerdere
scherpe patronen.
Als Jeff Cotton verscheen, werd elke man, die teekenen van
„rebellie" vertoonde, onmiddellijk weggebracht, om eenigen tijd
„met zijn rebellie alleen te blijven" en dus was er „orde" in Noord-
dal en het was alleen op Zaterdag- en Zondagavonden, als er
zich dronkenschap voordeed of op Maandagmorgens, als het
volk uit hun huizen gehaald en naar hun werk gedreven moest
worden, dat men leerde begrijpen op welk soort grondslag die
„orde" rustte.
Behalve Jeff Cotton, en diens assistent „Maat" Adams, die
insignes droegen en bij iedereen waren bekend, liepen er nog
meer agenten, die geen insignes droegen en die zoogenaamd
onbekend waren.
Op een avond in de lift, maakte Hal een opmerking over de
hooge prijzen in het Magazijn van de Maatschappij. De Kroaat
Madvik gaf hem een harden trap tegen zijn voet en Hal zweeg
verbouwereerd. Later, op hun weg naar Reminitsky vertelde
Madvik hem de reden. „Roodkop, Gus. Pas op voor hem —
spion Maatschappij."
„Werkelijk?" zei Hal belangstellend. „Hoe weet je dat?"
„Iedereen weet."
„Hij ziet er niet erg slim uit", zei Hal — die zijn voorstelling
van detectives bij Conan Doyle had opgedaan.
„Geen slim voor noodig. Gaan naar baas, zeggen: Kerel,
Joe praat te veel. Zegt prijzen te hoog magazijn. Elk gek kan
dat, hè?"
„Ja", zei Hal. „En betaalt de Maatschappij hem daarvoor?"
„Baas betaalt. Geeft hem borrels. Dan komt baas bij jou: „Jij
bek houden hier of anders hier vandaan als de bliksem. Zie je ?"