Full text: Koning Kool : roman uit de Amerikaansche kolenmijnen / [Upton Sinclair] ; gea...

* 
XI. 
Korten tijd daarna kreeg Hal opnieuw gelegenheid dit 
spionnagesysteem van nabij te zien <~» en zijn uitwerking op 
de menschelijke ziel. Op een Zondagmorgen maakte hij een 
wandeling met den staljongen Tim Rafferty, een aardige jongen 
met een paar droomerige, blauwe oogen in zijn kool-zwart 
gezicht. Zij kwamen Tim's woning voorbij en hij vroeg Hal 
binnen te komen om met zijn „volk" kennis te maken. De 
vader was een krom, afgesloofd man, maar met nog groote 
kracht in zijn mager lichaam, het gevolg van geslachten-langen 
arbeid in de mijnen. Ze noemden hem „de oude Rafferty", 
ofschoon hij nog geen vijftig was. Hij was hulp-jongen gewor- 
den op zijn negende jaar, en toonde Hal een verschoten 
leeren album met portretten van zijn voorouders in het „vader- 
land" — menschen met ernstige, doorgroefde gezichten, in 
erg stijve houdingen, blijkbaar om indruk te maken bij het 
„nageslacht." 
De moeder van het gezin was een schrale vrouw met grijze 
haren, een tandeloozen mond en een warm hart. Hal voelde 
onmiddellijk sympathie voor haar, omdat haar huis zindelijk en 
ordelijk was. Hij ging op den drempel van het huisje zitten, 
midden in een troep kleine Rafferty's met schoongewasschen 
Zondagsche gezichtjes. Spoedig zaten ze allen stil en luisterden 
naar zijn verhalen, samenraapsels uit de boeken van Clark 
Russell en kapitein Mayne Reid. Tot belooning werd hij uit- 
genoodigd, te blijven eten en hij kreeg een schoone vork met 
een bord, en lekkere warme aardappelen met twee sneden 
varkensvleesch uit den pekel. Het was zulk een heerlijke ge- 
waarwording voor hem, dat hij onmiddellijk vroeg zijn tegen-
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.