45
Tot hier toe was de toon van het gesprek ongedwongen
geweest; maar nu was het plotseling of er een schaduw over
hen viel — de schaduw der vrees. Hal zag dat de oude Rafferty
zijn vrouw aankeek en zijn wenkbrauwen fronste. Wat wisten
zij eigenlijk van dezen jongen, knappen vreemdeling met zijn
mooie praatjes, die op zooveel plaatsen in de wereld ge-
weest was?
„Maar we klagen niet, hoor!" zei de oude man.
En de vrouw voegde er snel aan toe: „Ze kunnen ook niet
iedereen maar hier laten komen om met koopwaar te venten,
dat zou spaak loopen. Ten slotte behandelen ze ons hier niet
slechter dan ergens anders."
„Het leven van een werkman is nergens een lolletje, waar je
ook komt", vervolgde de ander; en toen de jonge Tim zijn
meening wilde zeggen, voorkwamen zij hem met zoo duidelijke
teekenen van angst, dat Hal een ellendig medelijden in zich
voelde opkomen en snel van onderwerp veranderde.