48
wijzer had haar zooveel hij kon, bijgestaan, haar boeken en
tijdschriften geleend. En zoodoende was zij in het bezit gekomen
van den sleutel tot een schatkamer, waarin zij het toover-tapijt
vond, waarop men door de gansche wereld reizen kon. Dit
beeld gebruikte Mary zelf, want ook een Engelsche bewerking
van de „Duizend en één Nachten" was onder de boeken ge-
weest. Op regenachtige dagen kroop ze achter een der bedden
op de slaapkamer en las daar, ongestoord door haar kleine
broer en zusje!
Het bleek haar dat Joe Smith dezelfde boeken gelezen had
en dat vond ze vreemd, want boeken kosten geld en men kan
ze niet gemakkelijk krijgen. Zij vertelde Hal, hoe zij in alle
voorzichtigheid het kamp had afgezocht naar nieuwe toover-
tapijten en hoe ze een „verzen-boek" gevonden hadvanLong-
fellow en een boek over Amerikaansche geschiedenis en een
dat „David Copperfield" heette en ten slotte een allermerkwaardigst
verhaal, getiteld „Trots en Vooroordeel", — een beschrijving
der lotgevallen van de fijne en sentimenteele Jane Austen in een
mijnkamp in het Verre Westen. Een zeldzaam avontuur, zoowel
voor Jane als voor Mary!
Wat had Mary uit die boeken gehaald, vroeg Hal zich af.
Hadden zij haar leeren droomen en dwepen, zooals de meisjes
in de steden? Het werd hem duidelijk, dat zij haar niet anders
hadden gebracht dan wanhoop. Die wereld daarbuiten, met haar
vrijheid en reinheid, met haar schoon en waardevol menschelijk
leven, was niet voor haar, zij moest bij haar boenders en pannen
blijven in een mijn-kamp. Zij vertelde Hal hoeveel moeilijker
haar leven was geworden na den dood van haar moeder. Haar
stem werd klankloos en hard — het was Hal of hij nooit een
jonge menschenstem zoo treurig had hooren klinken.
„Heb je altijd in dit kamp gewoond?" vroeg hij.
„Neen, nog in twee andere", zei ze, „eerst in „Gordon" en
later in „Oost-weg". Maar het is overal hetzelfde."