— 75 —
Art. 49. Hij die bezwaar heeft tegen de uitspraak op zijn
bezwaarschrift, kan binnen eene maand, nadat het afschrift
ingevolge artikel 48 ter post is bezorgd of tegen ontvangbewijs
is uitgereikt, in beroep komen bij den raad van beroep voor de
directe belastingen, tot wiens rechtsgebied de gemeente van
aanslag behoort.
Art. 50. Ts de uitspraak gedaan door de commissie van aan-
slag, dan kan ook de inspecteur bij dien raad in beroep komen,
mits vôôr de toezending van het afschrift ingevolge artikel 48.
Maakt de inspecteur van deze bevoegdheid gebruik, dan geeft
hij daarvan bij die toezending kennis aan den réclamant.
Art. 51. Het beroep op den raad wordt ingesteld door indie-
ning van een met redenen omkleed beroepschrift. Een afschrift
der uitspraak, waartegen het beroep is gericht, wordt daarbij
overlegd.
De inspecteur voegt bij zijn beroepschrift bovendien een af-
schrift hier van.
Art. 52. Indien de volgens hoofdstuk II vereischte aangifte
niet is gedaan of niet volledig is voldaan aan de verplichting
ingevolge artikel 42, tweede lid, of artikel 46, laatste lid, wordt
de aanslag, zooals hij laatstelijk is vastgesteld, gehandhaafd, zoo
niet den raad is gebleken, dat en in hoever hij onjuist is.
Is in een dier gevallen de inspecteur krachtens artikel 50 in
beroep gekomen, dan wordt de oorspronkelijke aanslag hersteld,
zoo niet den raad is gebleken, dat en in hoever hij onjuist was.
Hij wien inzage van boeken of andere bescheiden is gevraagd,
wordt geacht die in zijn bezit te hebben gehad, tenzij het tegen-
deel voor den raad aannemelijk is gemaakt.
Art. 53. De raad kan toestaan, dat eene gedane aangifte
wordt verbeterd.
Hij die bij zijne aangifte volhardt, kan door den raad worden