oppergod Leda's liefde won, toen hij in een blanken zwaan veranderd, op aarde neerdaalde en de argelooze vrouw zijn 340 donzigen rug aanbood. En ook nu nog, nu hij een ster is geworden, breidt hij zijn vleugels als tot vliegen uit. Hiernaast schittert een gesternte, dat den vorm van een voortsnellenden Pijl nabootst. Dan stijgt de vogel van den machtigen Jupiter hoog op, als droeg hij op zijn vlucht naar gewoonte den bliksem ten hemel, de Adelaar, Jupiter en den hemel, 345 dien hij met heilige wapenen tooit, ten volle waardig. Verder rijst ook de Dolfijn, het sieraad van oceaan en hemel, uit de zee tot de sterren op, in beide heilig vereerd. Ijlings voortsnellend tracht het Paard, de borst fonkelend door een heldere ster, hem te achterhalen, rent verder en komt in Andromeda tot staan. Hierop volgt een gesternte, oneven- 350 redig in de ruimte verdeeld, daar, zooals men ziet, de derde lichtlijn ongelijk is aan de beide andere, Deltoton geheeten, een naam aan den driehoekigen vorm ontleend. Dan Cepheus, dan Cassiopea, zoo afgebeeld, dat.men haar schuld ontwaart; 355 zij weent over Andromeda naast haar, die eenzaam, vol vreeze voor de geweldige kaken van het monster, aan de zee is blootgesteld en aan de rots vastgeklonken, maar Perseus bewaart ook aan den hemel zijn oude liefde en wil zijn hulp verleenen door den afschuwelijken Gorgokop, den door hem zelf behaalden buit, omhoog te 360 houden, den dood voor wie hem ziet. Dan verschijnt, voortschrijdend dicht bij den neerhurkenden Stier, de Voerman, die zijn naam en zijn plaats aan den hemel door zijn vinding verworven heeft. Immers hij was de eerste, dien Jupiter op een hoogen wagen met vier paarden bespannen zag voort-vliegen, en daarvoor wijdde hij hem een plaats onder de sterren. Op hem volgen de Bokjes, die door den opgang 365 van hun gesternte de zee <voor de vaart > afsluiten, en de Geit, die beroemd is geworden, omdat zij den koning van het heelal gevoed heeft. Immers toen Jupiter, bij haar melk grootgebracht, van zijn zoogster gespeend werd, steeg hij op tot den grooten Olymp, om de heerschappij over donder en bliksem te aanvaarden, schonk haar uit dankbaarheid een plaats onder de eeuwige sterren en beloonde aldus den 370