HOOFDSTUK I
De Geneeskunde bij de natuurvolken en de Oostersche
volken der oudheid
HHjEGEN het onrustige, gejaagde en ten slotte
toch immer onbevredigd latende leven in
een gemeenschap met een wel uiterlijk
schitterende, maar toch in werkelijkheid
oppervlakkige beschaving, is te allen tijde
een terugkeer tot den eenvoud en de waarheid der
natuur als remedie aangeprezen. Telkenmale in tijd-
perken van overdreven weelde en hunkeren naar
immer verfijnder genietingen zijn daar ernstige man-
nen opgetreden, die de beschaving zelve als oorzaak
van de onvoldaanheid en uitspattingen van hun tijd
hebben beschouwd, die het aan haar hebben geweten,
dat met de natuurlijkheid en eenvoud der vaderen ook
het geluk verloren ging, dat de mensch behoeft. Zóó
was het in den tijd der Romeinsche keizers, toen de
dichter Horatius het zorgen-vrije landleven prees; zóó
was het in de dagen vóór de groote Revolutie, toen de
denker Rousseau de natuur verheerlijkte, zóó is het
ook in onze dagen, nu een uiterst samengesteld en
onrustig gemeenschapsleven voor velen rust en tevre-
denheid, geestelijke en lichamelijke gezondheid doet
verloren gaan. En tot op zekere hoogte stemt de medi-
cus in met hen, die tot eenvoud en een kalm leven
manen. Tegen de ziekelijke uitwassen eener overbe-
schaving is het ook zijn plicht ernstig te strijden. Maar
bij alle erkenning van het kwade, dat een snel zich
ontwikkelende beschaving met zich kan brengen, mag
toch ook aan den anderen kant niet worden voorbij-