INHOUD.
Bladz.
. Lage en hooge c. C, d, e.................... 4
II. Maatslaan. De tweehalvemaat. Het sterke en het zwakke maatdeel .... 5
III. Hooge en lage derde trap. Majeur en mineur............. 6
IV. De Vierkwartmaat....................... 7
V. Qroote en kleine tertsen..................... 8
VI. De tweekwartmaat met opmaat .................. 9
VII. C, d, e, f, g; C, d, es, f, g.................. 10
VIII. De vierkwartmaat met opmaat................... 11
IX. C, d, e, f, g, a, g; C, d, es, f, g, as, g............ . 12
X. De driekwartmaat....................... 13
XI. De Leidtoon met den Grondtoon.................. 14
XII. De Rustpunten of Rusten..................... 15
XIII. De Majeurtoonladder. De Mineurtoonladder. Toonladders in de maat .... 16
XIV. De Majeurdrieklank. De Mineurdrieklank............... 17
XV. Twee achtsten op een kwartnoot.................. 18
XVI. Het vierstemmig accoord..................... 19
XVII. Een kwartnoot, met bijvoeging van de helft der waarde ... ..... 20
XVIII. Accoord en toonladder..................... 21
XIX. Fis. De toonladder van G-majeur................. 22
XX. Bes. De toonladder van F-majeur................. 23