(2)
270
stulsel op te bouwen, ook al bcstnjd ik do beteekenis er van, ver
boven de menigte.
Niemand zal bewondering onthouden aan zijn onvermoeid streven
om overal, tot aan de kleinste schijnbare toevalligheid toe, het
eausalitcirsbeginsel door te voeren. Ieder zal eerbied hebben voor
zijn rotsvaste overtuiging, dat de naaste dnjfveer onzer handelingen
niet in ons bewust geestesleven, maar in de ons niet bewuste werk-
dadighoid van het zenuwstelsöl gezocht moet worden. Daarin heeft
Freud mijne volle Sympathie.
Zelfs al ben ik van oordeel, dat men Freud belachelijk mar<kt
wanneer men zijn verschijning en zijn stelsel gelijkstelt met de
figuren en het werk van een Darwin of van een Pasteur, dan
gaat er toch niets van af, dat een zeer bizonder talent uit al zijn
arbeid spreekt.
De verscheidenheid van zijn werk is groot. Bij den beporkten
tijd, hier beschikbaar, moet ik mij bepalen tot een paar grepen
daaruit, zoo gekozen, dat zij samenhangen om het geheel te verstaan.
Noodzakehjk evenwel blijlt het, dat ik uitsluitend over het stelsel
van Freud spreek. Van avond vermijd ik het om iets in 'tmidden
te breiigen omtrent de Züricher school. Wanneer die school, met
het doel om enkele aperte foulen in het stelsel van Freud uit
den weg te gaan, andere even bedenkelijke bronnen van fouten
invoert, dan zou de behandeling er van een zelfstandige kritiek
verlangen.
Grij zult dus lieden niets hooren van „voorstellings-complexen"
en van de richting die de school van Jung inslaat.
Er zijn verhandelingen van Freud, die ver weg liggen van de leer
der neurosen, en die niet noodig zijn om zijn stelsel te verstaan.
Ik laat die rüsten.
Ik moet degenen onder U, die niet dageljjks met de nomenclatuur
der Freudianen omgaan, vooraf verschooning vragen, als ik mij
heden avond niet geheel vnj zal kunnen hoiiden van drastische
uitdnikkingswijzen. Ook ik zal moeten spreken van het aanvankeljjk
auto-erotische kind, dat later polymorph-pervers gewordeu, in de
puberteitsleeftijd sadistisch, exhibitionistisch en masochistisch sym-
boliseerende droomen droomt. AI griezelt de leek er van en haalt
de nüchtere medieus er zijn schouders voor op, het is daarmee niet
zoo erg gemeend als het klinkt, ofschoon het U bij de verdere uit-
eenzettingen zal blijken, dat de kritiek daarop niet zoo eenvoudig
is, als zij bij den eersten oogopslag schjjnt te zijn.
Twee uitgangspunten moet men vasthouden, wil men Freud
verstaan. Het eerste is: Freud's leer is een kind der associatie-
psychologie. Freud's arbeid begint in een tijd, dat de apperceptie-