Die stichting, welke een instituut moest worden van de schoone kunsten in 't algemeen en van de schilderkunst in 't bizonder, erfde ook haarganschen inboedel en de zeer belangrijke collectie schilderijen. Er moest een museum-gebouw verrijzen en uit de rente van het geweldige kapitaal moest jaarlijks een fórtuin besteed worden voor de uitbreiding der verzameling. Er werd een Hollandsohe >prix de Rome«, een »Tjeerd Hettema prijs«, gesticht, en zoo waren er nog allerlei beschikkingen, tot in onderdeden omschreven, die de stichting tot een eersterangs gebeurtenis op kunstgebied in Nederland verhieven.
Dat alles wist Hilda zoo goed als iedereen.
»Maar weet je ook, dat er aan het hoofd van de stichting een Directeur moet benoemd worden ?« vroeg Bruno. »Een Directeur, die, behalve vrij wonen, vuur en licht in een prachtvilla, ook nog drie duizend gulden tractement krijgt en benoemd wordt voor zijni leven ?«
Hilda sloeg dadelijk haar oogen op en kwam overeind.
»En jij solliciteert daarnaar?* riep ze uit.
»Ja ...,« zei Bruno, »ik solliciteer ; ik waag de kans zoo goed als een ander.«
»Verbeeld je ...¦.« fluisterde Hilda met een rilling
van geluk.....»als je dat eens kreeg.,...« maar dan
ineens mistroostig: >Och, maar daar zullen honderden sollicitanten zijn....«