40
afsteekt tegen 'den tijd, toen Marx als eenzame, weinig
begrepen, doch alom gehate strijder tegen een .wereld van
vijanden worstelde voor de erkenning van zijn denkbeelden'
in het proletariaat.
Zoo ontmoedigend, ja zelfs troosteloos deze situatie voor
ieder gewoon mensch ware geweest, zij beroofde Marx nooit
van zijn vroolijke gelijkmoedigheid, zijn trotsch vertrouwen
in de toekomst. Hij stak zoo hoog uit boven zijn tijdgenootenj
en zag zoo ver over ze heen, dat hij duidelijk het land van
belofte aanschouwde, toen het aan de groote massa zijner
medemenschen zelfs ter nauwernood was vergund het be-
staan daarvan te vermoeden. Uit zijn wetenschappelijke
grootheid, uit de diepzinnigheid zijner leer putte hjj de
beste kracht van zijn karakter; daarin wortelde zijn onwan-
kelbaar vertrouwen, dat hem vrij hield van alle slingerende
stemmingen eener onvaste overgevoeligheid, die vandaag
hemelhoog juicht en morgen ten jdoode bedroefd is.
Uit Ideze bron moeten ook wij putten, dan kunnen wiji
zeker er van zijn, |dat wij in den grooten en zwaren strijd,
(dien wij tegemoet gaan, onzen man staan en het maximum
van kracht ontwikkelen, waartoe wij in staat zijn. Dan!
mogen wij verwachten, vroeger idan anders mogelijk ware,
ons |doel te bereiken. Het banier der bevrijding van het
proletariaat en daarmee der geheele menschheid, dat
Marx heeft ontplooid en meer dan een menschenleeftijd lang
voor ons uitgedragen, in steeds hernieuwden stormloop,
nooit verslappend, nooit versagend, dat zullen de strijders,
die hij heeft geschoold, zegerijk planten op de puinhoopen
van den kapitalistischen roofburcht.