i. INLEIDING.
Den 14011 Maart 1918 waren er 35 jaren verloopen, sinds
Karl Marx stierf en in het begin van dit jaar was helt
60 jaar geleden dat het Kommunistisch Manifest verscheen;
waarin zijn nieuwe leer haar eerste samenvattende uitdruk-
king vond. Dit zijn lange tijdperken voor een zoo haastig
levenden tijd als de onze, welke even snel zijn wetenschap-
pelijke en kunstzinnige opvattingen verwisselt als zijn modes.
En toch leeft Karl Marx heden nog in volle kracht onder
ons en beheerscht hij het denken van onzen tijd meer dan
ooit, ondanks alle crisissen van het Marxisme, ondanks alle
weerleggingen en overwinningen van de spreekgestoelten
der burgerlijke wetenschap af.
Deze verwonderlijke en steeds groeiende invloed ware
volkomen onbegrijpelijk, indien het Marx niet was gelukt
de diepste wortels der kapitalistische maatschappij bloot te
leggen. Heeft hij dit gedaan, dan zijn inderdaad, zoo' lang
deze maatschappijvorm voortbestaat, nieuwe maatschappe-
lijke inzichten van diepgaande beteekenis, boven Marx
uitgaande, niet meer te verwerven en blijft de weg, dien
hij gewezen heeft, practisch en theoretisch veel vrucht-
baarder dan eenige andere. De machtige en duurzame
invloed van Marx op het moderne denken ware echter ook
onbegrijpelijk, indien hij niet er in geslaagd was geestelijk
aan het gebied der kapitalistische voortbrengingswijze te
ontgroeien, de strekkingen te ontdekken, die van haar uit
leiden naar een hoogere maatschappelijke orde, ons aldus
het vèr verwijderde doel had gewezen, dat door de voort-
schrijdende ontwikkeling steeds meer nabij komt en tast-
baarder wordt en ons in dezelfde mate steeds machtiger
de grootheid doet zien van den man, die het het eerst
helder heeft aanschouwd.
De zoo zeldzame vereeniging van wetenschappelijke diepte