6
wetenschappelijke methode beoefend; het is de geestes-
wetenschappen nooit ingevallen, geestesziekten te willen
genezen. De aanspraken der natuurwetenschap op dit gebied
blijven onbestreden.
Wat men geesteswetenschap noemt, is feitelijk
maatschappelijke wetenschapen behandelt de ver-
houdingen van den mensch tot zijn medemenschen. Slechts
die geestelijke werkzaamheden en uitingen van den mensch,
die daarvoor in aanmerking komen, worden door de geestes-
wetenschappen onderzocht. !
Onder 'de geesteswetenschappen zelve kan men weder
twee groepen onderscheiden: de eene, die de menschelijke
maatschappij als zoodanig op grond van massa waar-
nemingen onderzoekt. Daartoe behoort de staathuis-
houdkunde, de leer van de wetten van het economisch
leven onder de heerschappij der warenproductie; de
volkenkunde, de onderzoeking der verschillende maat-
schappelijke toestanden der onderscheidene volken; ten
slotte de o er-ges ch ie de nis, de studie van de maat-
schappelijke toestanden uit den tijd, waaruit geen geschreven;
documenten overgeleverd zijn.
De andere groep van geesteswetenschappen omvat Weten-
schappen, die tot nu toe voornamelijk van, het individu
uitgingen, die de plaats van het individu en zijn invloed
op de maatschappij behandelden: geschiedenis, rechtsweten-
schap en ethiek of zedeleer.
Deze tweede groep van geesteswetenschappen is oer-oud
en heeft sinds lang op het denken der menschen den
grootsten invloed uitgeoefend. De eerste groep was echter
ten tijde van Marx' studie-jaren jong en bediende zich eerst
kort van wetenschappelijke methoden. Ze bleef tot vaklieden
beperkt en had nog geen invloed op het algemeene denken,
dat door de natuurwetenschappen en de geestesweten-
schappen der tweede groep werd beheerscht.
"Tusschen deze beide laatstgenoemde groepen van weten-
schappen bestond nu een geweldige kloof, die .zich i,n!
tegenovergestelde wereldbeschouwingen openbaarde.
De natuurwetenschap had zooveel noodzakelijken, wet-
matigen samenhang in de natuur ontdekt, d. w. z. zooveel
malen bevonden, dat gelijke oorzaken steeds ook gelijke ge-
volgen-hebben, dat ze geheel van de opvatting eener alge-
meene wetmatigheid in de natuur doordrongen was en het