27
tot 6 maal toe negatieve glycuronzuur*reacties. Met de
reactie van Tollens1) (met naphthoresorcine) konden
zoowel Lyttkens en Sandgren3) als Frank en Bret*
schneider') glycuronzuur aantoonen in konijnenserum.
In menschenbloed zijn glycuronzuurverbindingen nooit
met zekerheid aangetoond. Mayer meent, dat men zijn
met runderbloed verkregen resultaat wel zonder meer
op menschenbloed zal mogen overdragen, daar ook men*
schenbloed na gisting linksdraaiing en reductie en een
positieve orcine*reactie vertoont; in menschenurine komt
glycuronzuur steeds voor. — Bij elk bloedonderzoek, waar*
bij men op grond van: reductie na gisting, of linksdraaiing,
of toeneming van rechtsdraaiing en van reductie na
zuurhydrolyse, of positieve orcine*reactie, of osazon*
onderzoek, tot de aanwezigheid eener andere suiker dan
glycose meent te moeten besluiten, zal men dus met de
mogelijkheid eener verwisseling met gepaard glycuron*
zuur moeten rekening houden.
Dextrinen. Magendie4) vond reeds in 1846 in het
bloed van met koolhydraten gevoede honden en paarden
een in water oplosbaar, in alcohol onoplosbaar koolhy*
draat, dat de eigenschappen van dextrine vertoonde. Eenige
jaren later nam Figuier5) waar, dat bij honden in het
bloed der v. portae en in het periphere bloed zich een
reduceerende stof bevond, die onvergistbaar was, en eerst
na 15 minuten koken met verdund Hs SOi in een ver*
gistbare suiker overging. Sanson 6) vond in verschillende
organen en ook in het bloed der v. portae en der v.
') Ber. d. deutschen chem. Ges. 41, 1788 (1908).
J) Bioch. Zeitschr. 26, 382 (1910).
3) Zeitschr. f. physiol. Chemie 76, 226 (1912).
4) Comptes rendus de 1'Acad. des Sc. 28, 192 (1846).
6) Comptes rendus de 1'Acad. des Sc. 45, 133 (1857).
6) Comptes rendus de 1'Acad. des Sc. 44,1323 (1857); 45,344 (1857).