Full text: De geraffineerde : een roman van dag- en voetlicht door Bernard Canter ...

zooiets nooit had verwacht. Dat zij heel goed wist, dat mijnheer Leonard jong was en ontstuimig van aard. Dat mevrouw zelve wel de overtuiging zou hebben, dat zij van haar zij de nooit eenige aanleiding had gegeven. Dat zij vast besloten had, mijnheer niet , meer te ontvangen en nooit meer te zien. De gele-genheid was juist goed. Zij vroeg om een eervol ontslag, zou zieh voortaan aan haar tante wijden en betreurde het in 't diepst van haar hart, mevrouw de Clermont, die altijd zoo innig, innig goed voor haar geweest was, nu te moeten verlaten op deze brüske manier. Maar mevrouw zelve zou haar gedrag begrijpen. En in haar hart zou zij steeds een liefdevolle herinnering bewaren aan de edelvrouwe, die haar duister päd door haar moederlijke toegenegenheid verlicht had." 
's Middags tegen twee uur bracht zij, na een duchtig morgenslaapje, frisch en opgewekt, zelve den brief naar het postkantoor. Ze moest schier schaterlachen, toen de brief in de bus gleed. 't Was of die bus „hap" zei. En hij zou ook ,,hap" zeggen en de moeder ook, na zoo'n brief. Teruggaande naar huis, dacht ze al over de huwelijksreis. Waar ze heen zouden gaan. Naar de Riviera. Daar zou ze op staan. En naer Monte-Carlo. Daar was ze nog nooit geweest. Ze had een verzetje noodig, hoor, na ruim een jaar van ingetogenheid .... Ze moest zieh zelve bewonderen, dat ze het uitgehouden had .... Ze was bijna gaan gelooven in haar eigen aanstellerij!" 
Voor Hirsch bleef zij staan, keek naar de costumes in de rechtsche uitstalkast. Heerlijk.... die sortie zou haar staan .... en leuk, dat juist groen en rood in de mode kwam.... En dan daar.... bont, heer-
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.