Full text: Jaarboek der Universiteit van Amsterdam. . 1895-1896 (1895-1896)

114 
De jonge beoefenaars der rechten bleven dan voorloopig de nog al 
beperkte kring van zonen uit goeden huize die door opleiding van 
den kant des vaders of van een aanverwante de voor het vrucht- 
baar bezoek der zittingen vereischte zaakkennis hadden verkregen. 
De volgende periode staat het auditeeren, waarbij de onderwijzer de 
respondent is, en het beroepmatige onderrichten er tussohen in. De 
opleiding bestond ook verder nog in het hooren; de nieuwigheid was 
dan enkel die, dat zich met het respondeeren van den kant des iuiis- 
consultus en het auditeeren van den kant des leerlings discussies 
van leeraar en leerling verbonden. Een van de respondeerende werk- 
zaamheid des iurisconsultus onafhankelijk, de perken van het deftige 
huis overschrijdend ondei'wijs is nog in de laatste jaren van de 
republiek wel is waar niet heelemaal onbekend, toch echter, naar 
het schijnt, niet gebruikelijk geweest, en neemt eerst in den keizers- 
tijd een hoogere vlucht. Wij kunnen niet zeggen, of de leeraren van 
het Romeinsehe recht van begin af' de gehoorzalen voor iedereen die 
hun leerling wenschte te zijn, hadden open gesteld; maar de demo- 
krat ische gezindheid, welke zich in het geven van onderwijs voor 
anderen als voor de zonen van de familie uitsprak, leidde buiten allen 
twijfel ten laatste tot eene algemeene toegankelijkmaking van het 
onderwijs, en zoo geschiedde ten minste reeds in de tweede eeuw 
van den tijd der keizers door den leeraar van het Romeinsch recht, 
den Professor huis civilis, wat ten aanzien van het onderwijs in de rhe- 
toriek reeds van begin af had plaats gehad. Deze wijze der opleiding 
was dan geroepen het huiselijk onderwijs te vervangen en heeft het 
dan ook werkelijk als instelling verdrongen, terwijl het auditeeren 
eerst met het respondeeren ophield. Geruiinen tijd zal zich vermoedelijk 
het onderwijs der professoren op deze elementaire voordrachten beperkt 
en eerst in den loop des tijds op andere vakken uitgebreid hebben. 
Wat dan de positie der professoren aangaat, het leerbedrijf is een 
partikuliere betrekking, dus ook niet van staatswege bezoldigd, 
verstrekt echter ook niet eens een gerechtelijke aanspraak op hono 
rariuni. Terwijl oudtijds geenerlei afspraak, om ter vergoeding van 
een vrije geestelijke bemoeiing een aequivalent in geld te betalen, 
bindende kracht bezat, is den professor huis civilis, tot aan het 
einde van de Eomeinsche rechtsontwikkeling een eisch op honorarium 
ontzegd geworden, wat misschien nog een residuum is van den aris-
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.