Mengehverh.
209
onder de Duitsche Protestanten, tevens besloten in het
vervolg het tijdstip der volle maan, waarvan de viering
van het Paaschfeest afhangt, astronomisch, met behulp
der Rndolphiaansche tafelen, in plaats van cyclisch, of
door middel der Epacten, te bepalen.
Het verschil, dat hierdoor somtijds moest ontstaan in
de tijdsbepaling van het Paaschfeest, bragt dan ook te
weeg, dat in de jaren 1724 en 1744 datfeest, onderhen,
die dezen verbeterden almanak, zooals zij dien noem-
den , hadden aangenomen, acht dagen later dan door de
Katholijken gevierd werd; en indien men deze bepaling
behouden had, zou zulks ook hebben plaats gehad met
het vroege Paaschfeest van het jaar 1818, destijds op den
22 Maart invallende, en hetwelk, naar de meening van
sommigen, eerst op den volgenden Zondag, den 29 dier
maand, had behooren gevierd te worden; op grond, dat
de volle maan eerst den 22's avonds plaats had, doch
die, volgens de Epacten-berekening, reeds den vorigen
dag was voorgevallen.
De Protestantsche geestelijkheid van Duitschland besloot
echter naderhand, op aandrang van Frederik den Grootet
om, te rekenen van het jaar 1777, de wijze der tijdsbe-
paling van het Paaschfeest, evenals de Katholijken, op
de kerkelijke Epacten te gronden, welke berekening bo-
ven de meer naauwkeurige sterrekundige bepaling, om
de aangevoerde redenen, de voorkeur verdient.
Zie hier een' door mij gevonden algemeenen regel of
formule, waardoor men het Paaschfeest voor elk jaar on-
middellijk , zonder de kennis der Epacta of zondagsletter,
kan berekenen.
Zij A het jaartal, waarvan men het Paaschfeest bere-
kenen wil, en laat dat getal min 1, door 19 gedeeld
wordende, het getal a tot rest laten; zij verder de rest
10*