Full text: Wenken en toelichtingen voor den onderwijzer betreffende de te be... . 1905 (1905)

1» w 
V.mii zijns vaders iiuis kennen wij Torach zijn vader en Haran 
en Nahor zijne broeders. 
Abram gaat niet alleen op reis. Terach. zijn vader, gaat inee 
tot Haran maar sterft aldaar ((ren. 11: 81, 32). Verder verge- 
zelden hem zijn vrouw Sarai, en zijn neef Lot, de zoon van zijn 
broeder Haran. 
Het land dat God aan Abram wijzen zou was Kanaan, gelegen 
geheel ten Oosten van de Middellandsche Zee. Gesteld dat men 
de Middellandsche zee van het Westen naar het Oosten in een 
rechte lijn kon doorvaren, dan zou men juist op de kust van Kanaan 
stuiten. Abram was van het Noorden of van het Noordoosten 
gekomen en had vooral in het Zuiden van het land zich een 
woonplaats gekozen. 
Door een hongersnood was hij toen gedwongen geworden om 
naar Egypte te verhuizen, waar hij eenigen tijd vertoefde, en waar 
het gebeurde, dat hij zijne vrouw uitgaf voor zijne zuster. Een 
halve waarheid, want zijn vrouw was zijn halve zuster, maar 
eigenlijk een heele leugen, want het was er hem om te doen, 
den mannen van Egypte Ie doen gelooven, dat zij niet zijn 
vrouw was. 
Alzoo toog Abram op uit Egypte naar het Zuiden, dat wil zeggen 
naar het Zuidelijk gedeelte van het land Kanaan. 
Als wij de kaart voor ons nemen, dan zien wij dat hij dus 
eigenlijk naar het Noorden of Noordoosten trok. 
Wij spreken zoo van het voorttrekken van Abram, alsof dat een 
gemakkelijke en eenvoudige reis was. En toch was dat niet zoo 
Abram was een rijk man. Zijne bezitting bestond in vee, in zilver 
en in goud (Gen. 13: 2). Ook van Lot, die met Abram toog, 
lezen wij dat hij had schapen en runderen en tenten. Toen die 
beide mannen' optrokken was dat dus een heele optocht. Al dat 
vee moest worden verzorgd. Daarvoor waren manschappen noodig. 
De tenten die meegevoerd werden moesten dienen voor die 
manschappen, overal waar Abraham vond dat het een geschikte 
woonplaats voor hem was, omdat daar het noodige voedsel voor 
zijn vee was te vinden. En waar hij zich dan vestigde was zijn 
koninkrijk. 
Abraham en Lot noemen wij daarom wel eens herdersvorsten. 
Zij regeerden als onafhankelijke vorsten een ieder in zijn eigen 
kring. Maar die kring bestond alleen uit herders, die voor hun 
menigte van vee hadden te zorgen. Wij zullen zien dat zij ook 
wel eens als gewone koningen hadden te strijden, al zochten zij 
den strijd ook niet, en daarvoor ook gewapende dienstknechten 
onder zich hadden. 
Twist tusschen de herders. Abram en Lot waren nu in het 
land bij Beth-El.   Vroeger hadden zij daar ook al gewoond. Bij
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.