G2
mooier. — Wie zou er bij zulk weer graag
in huis zitten ? — Zeker niemand — En
wie zou er niet graag een ^heelen dag bui-
ten willen zijn ? — Nu, of dat heerlijk was ! —
Dat vonden kleine Marie en haar twee
broertjes ook. — Zij waren uitgevraagd bij
een oom, die buiten woonde. — En nu
speelden zij den heelen dag in den tuin. —
Jongens, jongens wat maakten die drie een
pret. — Eerst waren zij heel bedaard. —
JZij wandelden rond en plukten bloempjes. —
Maar Willem kreeg al heel gauw trek, om
eens door het gras te rollen. — En Karei
deed dapper mee. — Marie keek' er naar
en had ook schik. Toen gingen zij weer
wegkruipertje spelen. — Nu kon Marie
mee doen. — Een poosje later mochten
zij de kippen voeren. — Dat ging zoo maar
den heelen dag. — Iedereen keer Avat an-
ders. — Maar het laatst wisten zij geen