C 59 )
altiid [het algemeene middel der uitdrukking
van voorilellingen voor geheele natiën. De eerfte
heeten doode, de laatfte levende talen. . Die zijne
taal juist en goed ipreken wil, moet de foorten
van woorden, de veranderingen derzelve en de
regelen, naar welke zij veranderd worden, regt
leeren kennen.
75.
ï)ct i-5 niet genoeg jijne taaï te fiunnen
fprcficn/ menjnoet bejelbe ooft tucten te fcörtj'
tien. ^ie fcgrijlïen geïeerti Ijeeft/ fian jijne
getiacgten aan lie&en/ taelfie op eenen afftanb
lian ö^m bcclmjt!er& jijn/ fieftenbmaïten; gij
ftan ooft at batgene opfcïjrijben/ taat Jjg
niet bergeten toiï. ^ie taesenlijft nut ban jgn
fcöcgben ïiebben toiï/ moet ïee,^baar/ jui^t en
buibeiijft fcïjnjben. IDte bc to'oorbcn met bc
bcljaarlfjfte ïcttcf^ fcörijft/ geene letter te bed
of te tacinig/ en eïR berseïbc op bc begoodpc
pïaat^ 5ct / fcgrijft be taoorben jui^t. 3E)annccc
men gcmaftfidijff/ jonber bed moeite ber^
fta.in ban/ taat bc fcörybcr Qccft taiïïcn jeg^"
gen/ ban ijceft men sijiic gcbatötcn buibeïgft
uitgebruftt. ^priebcn moeten injonbergcib ïee^#
baar/ jui^t cn buibcïijft gcfcijreben taorbcn.
(0ie ccncn brief buibeïijft cn jui^t fcBrgbcn
toiï/ moet jiclj ban te bnren regt beben^'
ïicn/ opbat jptj niet^ toc.^cnlyli!^ tocgfate/ en
nuttcïoasc toijbïoopiglieib bcruiijbe. €ïftc brief
moet met ben naam ban |)cni onbcrtccRcnb
taorbcn/ bic in benseïbcn sijne gcbacgten be*
SenbniaaSt. (Doft bc naam ban bc pïaat^/
toaar bc bricfftönjber toaont/ be bagtccftc'=
ning