62
que des gueux), gaf aanleiding, dat de verbondenen het
scheldwoord als een eernaam opvatten, en zich zeiven en allen,
die tot hunne partij behoorden, voortaan Gewzmnoemden.
Het verzoekschrift had echter weinig uitwerking. Wel
sloeg de Landvoogdes, voor opschudding vreezende, eene
matiging der plakkaten voor, maar men wenschte de ge-
heele afschaffing, en zond, om den Koning daartoe te
bewegen, twee edelen naar Spanje, die echter beiden in
het geheim omgebracht werden.
Intusschen maakte de Hervorming hier te lande groote
vorderingen, en de verbondenen beloofden, zoo men wil,
aan de Hervormden hunne bescherming. Van deze stem-
ming der gemoederen maakten ongelukkigerwijze eenige
dwepers en onruststokers gebruik, om de lagere klassen
des volks op te hitsen, waarvan de zoogenaamde beelden-
storm het gevolg was. Door valschen godsdienstijver ge-
dreven, sloeg het gemeen, eerst in Vlaanderen, en on-
middellijk daarna ook in Brabant en Hollaivi, tot de
gruwelijkste baldadigheden over: honderde kerken en kloos-
ters werden geplunderd en verwoest, de beelden, schilderijen
en andere kostbaarheden en kunstwerken, die ze versier-
den, op de schandelijkste wijze vernield (Augustus 1566).
De onverwachte tijding van het gebeurde bracht eene
geweldige ontsteltenis in het geheele land teweeg. De
Landvoogdes, door schrik bevangen, beloofde, om tijd
te winnen, aan de verbondene edelen vrijheid van gods-
dienst en opheffing van de Inquisitie, indien zij hunne
medewerking toezegden om de ongeregeldheden te keer
te gaan. De edelen van hunne zijde waren hoogst veront-
waardigd over de gepleegde buitensporigheden. Hoewel
deze niets gemeens hadden met het verbond, dat tot nu
toe op eene bedaarde en wettige wijze de opheffing der
bestaande bezwaren had zoeken te verkrijgen, onttrokken
zich een groot aantal van de Katholieke leden aan verdere
medewerking, daar zij zich hevig gekrenkt gevoelden
door de plundering en verwoesting hunner kerken.