28
B.
1. In te vullen :
... wordt afgebroken.
.... gesloopt.
.... geslecht.
.... opgefokt.
.... opgekweekt.
.... opgevoed.
.... geschreven.
.... beschreven.
----ingeschreven.
.... afgeschreven.
.... uitgeschreven.
.... voorgeschreven.
2. Welk onderscheid is er tusschen :
zaal en zaal, voeren en voeren,
aren, garen en garen, boom en
en zoö, veer en veer?
Wanneer wordt het samentrekkingsteeken gewoonlijk
weggelaten ? Bij welke van bovengenoemde woorden kan
het gemist worden ?
C.
!. Gebruik in zinnen:
antwoorden, beantwoorden, verantwoorden; geven, be-
geven, vergeven ; leggen, beleggen, verleggen; stellen,
bestellen, verstellen, aanstellen, herstellen, ontstellen.
2. De volgende woorden hebben verschillend geslacht met
verschil van beteekenes; doe dat in zinnen uitkomen:
greep, zegen, vorst, els, stof, hof, sneeuw, hoop, pink,
maat, patroon, pas, kiel, kant, traan.
. . gebouwd.
.. gesticht.
.. opgericht.
.'. vernield.
.. vernietigd.
.. vernageld.
.. vermaakt.
.. ingemaakt.
.. afgemaakt.
.. uitgemaakt.
.. ontmaakt.
.. nagemaakt.
teer en teêr, aren en
boóm, ga en ga, zoo