fullscreen: Volledige leercursus der Engelsche taal door J.N. Valkhoff 1e stukje ...

17 
Ex. 13. {The thirteenth). 
Which child has she lost ? I have no bread and you 
have no paper. Have you had the book ? — Yes, I have. 
Have you seen the child? — No, sir, I have not. Have 
you seen James? — Yes, madam, I have. You have not 
bought the watch. — No, but I have bought a ewer. Has 
not the mother bought a ewer? — No, she has not, but 
Mary has {wel). Has not the father lost a brother? — No,, 
but James has {wel). 
Ex. II. {The eleventh). 
Hebt gij het horloge gevonden? — Ja, mijnheer, ik 
heb het gevonden. De vader heeft niets, maar de moeder 
heeft het horloge. De zuster heeft een' broeder. Maria 
heeft geene zuster. Jakob heeft geen' broeder. Antje heeft 
geen brood. Heeft Antje geen papier? — Neen, Antje 
heeft geen papier en geene pen. Welke pen heeft Maria? 
Welk brood heeft de man? Welk boek heeft de vrouw? 
Welke vork en welken lepel heeft het kind? 
Ex. 12. {The twelith). 
Welk mes heeft Antje? — Zij heeft geen mes, zij heeft 
niets. Hebt gij geene zuster? — Ik heb geene zuster, 
maar Jakob wei (vert. heeft). Heeft Hendrik het horloge 
niet verkocht? — Neen, Hendrik heeft het niet verkocht, 
maar Jakob wel (vert. heeft). Welk horloge heeft hij ver- 
kocht? Heeft de vader Betje niet gezien? — Neen, d& 
vader heeft Betje niet gezien, maar Antje (wel).
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.