keizer een afzonderlijk gesprek houdt met het hoofd van het geslacht Ehrenkrug en den keizerlijken kanselier en dat nog wel om te beslissen over oorlog en vrede. Maar in de voorrede staat, dat „Ehrenkrug" een pseudoniem was. Het is wel betreurenswaardig, dat in deze ernstige tijden, waarin zoo onrustbarend veel gelogen wordt, een boek wordt samengeflanst, dat uit den aard der zaak, vooral door minder ontwikkelden, zal worden gelezen en dat bij deze menschen niets anders kan teweeg brengen dan verwarring van denkbeelden en tengevolge daarvan beneveling van oordeel. Zeer vele lezers zullen wat in dit boek verhaald wordt, opvatten als te goeder trouw geschreven en afkomstig van iemand, die beter dan iemand anders, geacht moest worden, de zaken te kennen, waarover hij schrijft.
Ik laat in het midden of er een Engelsche editie is, of het uit het Duitsch vertaald is, of het oorspronkelijk Hollandsch is, maar 't is in allen gevalle een werk, waarmede de geëerde en geleerde beoordeelaars die het aanprezen, zich tegenover eerlijke menschen gecompro-miteerd hebben. Die minder eerlijk zijn, getuigen, met de woorden uit de Camera Obscura: „In den handel moet men hec vuile geld ook aannemen."