NASCHRIFT.
Hoe slordig gewerkt is en met hoe weinig kennis van zaken, moge blijken uit de volgende taalkundige opmerkingen:
(bl. 43.) Knaster, eigenlijk „Kanaster", is oorspronkelijk een Nederlandsen woord uit het Spaansch canastro. Die tabak groeit echter niet in Duitschland, gelijk de spion beweert, maar in Venezuela. De naam is ontleend aan de verpakking. Het Spaansche woord beteekent „gevlochten mat" en de manden en pakken daarvan gemaakt.
(Bl. 83.) Waar beweerd wordt, dat de roeiers gekleed waren in de vlekkeloos witte kumashes met purperen gordels, zal de onnoozele lezer, zich gevleid achten, dat de schrijver het er voor houdt, dat hij het verstaat; kwamen de gordels er niet bij te pas, dan zou men aan het Duitsche Gamaschen of Kamaschen denken, maar dat zijn slobkousen. Wat het woord beteekent, heb ik niet kunnen opsporen.
Op blz. 84 vinden we het woord „seraglio" vertaald met „paleis van den sultan in Pera". Dit woord is mij niet bekend, ik ken wel „serraglio", dit is zuiver Italiaansch en beteekent menagerie of wel de harem, beide plaatsen even ongeschikt om een feestmaaltijd aan vorsten aan te bieden. Hoe dit woord te Konstantinopel in gebruik komt is een raadsel.