n Oktober 1914 werd door het hoofdbestuur der Maatschappij van nijverheid,
aan de Departementen, op de volgende vragen een antwoord verzocht:
1. Wordt in uw provincie of gemeente, bij het plaatsen van opdrachten, vol-
doende rekening gehouden met de belangen van de Nederlandsche nijverheid?
2. Zoo neen, welke redenen zijn daarvan de oorzaak?
3. En, welke middelen kunt gij aangeven, om in dezen toestand verbetering te brengen?
De meeste Departementen gaven o.m. als antwoord op, dat een der middelen van verbetering,
huns inziens mogelijk het voornaamste, in eene doelmatigere propaganda gezocht moest worden, in
meer reklame; met andere woorden, in het geven van meerdere bekendheid aan onze vaderlandsche
voortbrengselen.
Die grootste van alle redenen volkomen beamend, zijn wij voor ons ervan overtuigd, dat er,
althans zeker Wat het ijzervak betreft, nog twee andere voorname redenen bestaan, met evenge-
noemde reden wel op ééne lijn te stellen.
De eerste van beide is, dat er, zoowel door Staatsinstellingen als door partikuliere afnemers,
gewoonweg uit sleur, tot hiertoe al te veel aan oude gewoonten vastgehouden is. Velen, al te velen,
waren in den thans gelukkig vervlogen tijd dat de Nederlandsche nijverheid nog op veel punten
3