Full text: De kinderen van Eduard : treurspel in 3 bedrijven / van Casimir Delavigne ; i...

43 
Want, was zijn kindsheid vruchtbaar reeds in guitenstreken. 
Eens zou hij ons de liefste duivel zijn gebleken. 
Helaas ! Hij is een Engel slechts ! God nam hem weer. 
'k Beweende hem, dien zoon ; 'k beweende hem wèl zeer. 
Dood werd ik voor de vreugde. — Toch ging ik herleven. 
Uit 't venster werpend al de schatten, die mij bleven, 
Wierp ik de rede weg ; ik zocht vergetelheid. — 
Nadat 'k in overvloed mijn leven had geleid, 
Daalde ik steeds méér : 'k dronk met den droesem in de kroeg 
De grofste zinneloosheid op, in dezer voege, 
Dat ik van de eene buitensporigheid weldra 
Verviel in de and're. De afgrond werd bereikt; waarna 
Ik — te arm aan geld, om in mijn dronkenschap te sterven — 
Ontnuchterd wakker werd : ik moest mijn vrijheid derven. 
— Gij spreekt van Tyburn ; wel, komaan ! Ik ben gereed ; 
Geen schelling meer bezittend, doet het mij geen leed ! 
Laat 't Niet, de Hemel en de Hel 't saam overleggen 
Om 't lichaam — mij rest dan, mijn ziel vaarwel te zeggen. 
Glocester. 
Beken het, Tyrrel, daarvoor is er tijd genoeg. — 
Verkocht ge uw ziel, wanneer de duivel u dat vroeg ? 
Tyrrel. 
Ik zou niet dingen, wat hij daarvoor ook mocht bieden, 
'k Geef haar om niet; een bod zal immers nooit geschieden ! 
Glocester. 
En doet hij 't wel? 
Tyrrel. 
Dan is hij dwaas. 
Glocester. 
Niet zoo geheel. 
Verkoopt gij haar? 
Tyrrel. 
Aan wien? 
Glocester. 
Ik koop haar. 
Tyrrel. 
Voor hoeveel? 
Glocester. 
'k Geef alles u terug. 
Tyrrel. 
Dus? 
Glocester. 
Eerst uw vroeg're deugden.
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.