De toestand werd met elk jaar meer schreiend onrechtvaardig. De uitgaven voor het openbaar onderwijs namen steeds toe; steeds grooter offers moesten de publieke kassen brengen voor de school, waarvan de Christenen geen gebruik konden maken; en daarbij kwam, dat bij het toenemend getal Christelijke scholen ook de uitgaven voor eigen scholen begonnen te drukken. Men vroeg restitutie, teneinde in de eigen behoeften te kunnen voorzien, teneinde récht te ontvangen. Maar wie zou recht verwacht hebben ? Toen men zag dat de wet, die tal van bezwarende bepalingen bevatte, zou worden doorgezet, toen kwam er een van de mooiste geestelijke bewegingen, die ooit ons Chistenvolk heeft gekend: die voor het volkspetitionement. 305.000 handteeken-ingen kwamen voor op het adres, waarbij Z.M. verzocht werd, de wet niet goed te keuren, 't Smeekschrift werd aangeboden. 164.000 hoofden van katholieke huisgezinnen vroegen méde aan, de wet niet te bekrachtigen ; doch de heer Kappeijne van de Copello, minister van Binnenlandsche Zaken, had den Koning ingelicht: 't ging om partijbelang; van de geestelijke beweging gevoelde, begreep de man niets. Hoe kon hij dat, hij, die meende, dat „de minderheid dan maar moest onderdrukt worden» ?
De Koning teekende de wet — en de strijd was verscherpt.
Prachtige wraak namen de Christenen; nemen ze nog elk jaar: ter herinnering aan het Volkspetitionement werd de Unie-collecte georganiseerd, die nog telken jare in Wageningen ook tot de voorstanders der Christelijke school komt. f42188.6372 werd reeds in 1874 gecolleerd — een bedrag dat in 1909 steeg tot f91235.33'/21 Van 1879 — 1909 brachten de voorstanders, vrijwillig, op die wijze, boven hun gewone bijdragen, nog in totaal f 2.692.078,08'/,; bijeen, of bijna 2% millioenl Nog op andere wijze namen ze wraak: ze gingen dóór met scholen stichten, totdat het getal in 1889 al tot 4.80 was gestegen met 78825 leerlingen 1
In 1889 werden de eerste vruchten geoogst, en werd de schoolstrijd in beginsel beslist, 't Eerste Christelijke ministerie trad op, en het bracht wat reeds door Groen werd gevraagd: récht; gelijkheid voor de wet, voor de schatkist, tenminste aanvankelijk voor die van het Rijk. Wél werden der bijzondere school lasten opglegd; doch er wérd tenminste iets uit de Staatskas terug gegeven van wat de voorstanders van het Christelijk onderwijs daarin móesten bijdragen in den vorm van belasting.
Langzaam maar zeker ging nu de was door. De idéé van