de rechtsgelijkheid won, toen Borgesius in 1901 behalve een hoogere bijdrage in de kosten der onderwijzers, die in de kosten voor schoolbouw bracht. Die Rijksbijdrage beliep nog niet veel; maar er was toch ruimte gekomen zóó, dat van 1889—1905 het aantal Christelijke scholen steeg van 4.80 tot 750, dat der leerlingen van 78825 tot 121675.
1905 bracht de rechtsgelijkheid een belangrijke schrede nader. Kuypers Wetsontwerp werd na felle bestrijding tot wet verheven. Een minimum jaarwedde werd nu voor alle aan de school vereischte onderwijzers door het Rijk uitbetaald.
Alweer kwamen we een eind vooruit. Waren er in 1905 al 750 Christelijke scholen met het hierboven genoemde aantal leerlingen, dit jaar wordt weldra de duizendste Christelijke School geopend, terwijl het getal leerlingen tot 160000 zal stijgen.
Reden tot grooten dank zeker.
Dank aan God, Die zegende wat in zwakheid en veel zonde en gebrek, maar toch in 's Heeren naam, werd begonnen. Dank aan de menschen. die Hij als middelen in dien strijd gebruikte. Groen van Prinsterer, Mackay, Kuyper en Lohman — de voorstanders der Chr. School zullen ze steeds in liefde gedenken om wat ze deden voor het kind van ons volk.
Om het kind ging de politieke schoolstrijd, die, had Ossen-dorp niet zijn zoogenaamd paedagogische, maar inderdaad politieke leuze geheven, sedert 1905 van het terrein der politiek kon verdwijnen.
1905 toch was een jaar, voor de Christelijke scholen in hooge mate belangrijk. Dit jaar werd het pleit eener volkomen rechtsgelijkheid tusschen bijzonder en openbaar onderwijs in aanvang beslecht. Ten opzichte van de Rijksbijdrage in de kosten der bezoldiging van het onderwijzend personeel, is er nu voor bijzondere en openbare school rechtsgelijkheid. Alleen ten opzichte van den schoolbouw is die gelijkheid nog verre te zoeken, evenals in de regeling der bijkomende kosten. Daardoor alleen is het mogelijk, dat een bloeiende Chr. school als de Wageningsche, voor enkele jaren door wet en voorschrift gedwongen tot nieuwbouw, de begrooting van het loopende jaar nog gedrukt ziet door een geraamd tekort van ruim zeven honderd gulden. Niet, dat we wet en voorschrift gering zouden achten. Bouw was nöödig, al ware het alleen geweest in het belang der school; dat wet en voorschrift den bouw bespoedigden, we kunnen er, gezien den vermeerderden bloei, slechts blijde om zijn. Maar niettemin blijft de onbil-