277
No. 42. Zaalvoetbal I. J.
(Met verwisselen van functie).
Het speelveld wordt uitgezet, zooals in fig. is aan-
gegeven. (Zaal of niet te groote speelplaats).
Een middellijn over de volle breedte van het lokaal.
Evenwijdig aan deze middellijn: de doellijnen, waarop
de doelpalen 3 a 4 M. van elkaar. Twee overlangsche
strepen van doellijn tot doellijn verdoelen het speelveld
in drie vakken: A, B en C.
Het middenvak B heeft de dubbele breedte van de
vakken A en C.
De klasse wordt afgenummerd.
No. 1 plaatst zich in één doel; No. 2 in het andere;
No. 3 in vak A; No. 4 in vak B; No. 5 in vak C; de
>*
3<
B
C
5<
overige leerlingen volgens nummer langs de breedte-
zijde van het lokaal.
Het doel van het spel is: den bal — rollend over
den grond — door rustig samenspel door één der
doelen te drijven.
Ook de doelverdediger mag den bal van uit eigen
speelhelft door het doel van den anderen doelverdediger
schoppen. Gelukt dit, dan is de betrokken doelverde-
diger af.
Hierbij zijn de volgende regels in acht te nemen:
No. 3 blijft bij voorkeur in A; mag — zoo noodig —
ook in B komen; echter nimmer in C.