Full text: Het bewegingsspel : theoretisch-praktisch handboek bij de leiding van het openluchtspel en ...

280 
aangegeven plaatsen in; evenzoo de spelers a, b, c, d 
en e der tweede groep. 
Voor de terrein-gedeelten, voor de verschillende spe- 
lers aangewezen, raadplege men Zaalvoetbal I. 
Bij overschrijding der aangegeven grenslijnen wordt 
een punt aan de tegenpartij toegekend en het spel be- 
gint opnieuw. 
Voorspelers zijn: 3, 4 en 5 en c, d en e. 
Achterspelers zijn: 2 en b. 
Doelverdedigers zijn: 1 en a. 
De spelers 2 en b kunnen voor zeer kleine klassen of 
bij geringe afmetingen van zaal of terrein worden ge- 
mist. Men verkrijgt dan groepen van 4 spelers. Bij 
grootere klassen of ruimer speelveld kunnen er ook 
twee achterspelers zijn: één voor de vakken A en B 
en één voor de vakken B en C. Iedere groep bestaat 
dan uit 6 spelers. 
Het doel van het spel is: den bal — rollend over 
den grond — bij de tegenpartij door het doel te drij- 
ven. Gelukt dit, dan is een punt gemaakt. 
Het spel begint op fluitsignaal met een uittrap van 
No. 4 (zie: fig.). De spelers der tegenpartij mogen niet 
binnen den cirkel komen en niemand over de middellijn, 
vóór de beginschop heeft plaats gehad. 
Opmerkingen : 
1. Met het oog op het vrij beperkte speelveld zal een 
vrije schop niet behoorlijk tot zijn recht komen. Het 
verdient daarom aanbeveling, bij ernstige overtreding 
aan de tegenpartij een punt toe te kennen en het spel 
opnieuw te beginnen. 
2. Men verdeele de klasse in 2, 3 of 4 groepen. 
Bij een verdeeling in drie groepen spelen eerst de 
groepen 1 en 2 tegen elkaar. 
Na een doelpunt of na een vooraf bepaalden tijdduur 
(b.v. 3 minuten) de groepen 1 en 3 en ten slotte de 
groepen 2 en 3. 
3. Zie verder: Opmerkingen bij Zaalvoetbal I.
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.