6
Het moet dus van de grootste beteekenis worden geacht
omtrent het vraagstuk van de al of niet noodzakelijkheid
eener psychologische verklaring van het leeren der dieren
nader opheldering te zoeken, daar hiermede de waarschijn-
lijkheid eener al of niet mechanistische verklaring der reflexen
ten nauwste samenhangt.
Heeft de vergelijkende dierpsychologie voor de physiologen
een groote beteekenis, niet minder belangrijk kan zij worden
geacht voor wat men gewoonlijk de biologie noemt, dus die
wetenschap, welke zich bezighoudt met de levensuitingen
van de dierlijke organismen in hun geheel vooral in hun na-
tuurlijk bestaan. Hier vinden wij problemen in groot getal,
welke door een systematische bestudeering der gewoonte-
vorming tot een oplossing zijn te brengen. De samenhang
van aangeboren en verworven gewoonten, hunne beteekenis
in den strijd om het bestaan, de ontwikkeling der gewoonten
in de jeugd onder invloed van het spel (Groos)1), leeftijd en
sexe van het erteroceptive systeem, van honger en dorst,
interne secretie en stofwisseling, klimaat en jaargetijden zijn
slechts eenige der meest algemeene vragen, welke bij elke dier-
soort weer een bijzondere toepassing vinden in verband met
hare bijzondere levenswijze. Van de speciale biologische
vragen, welke met gewoonte-vorming samenhangen mogen
er hier nog eenige opgenoemd worden.
De nestbouw en het trekken der vogels, de gecompliceerde
verschijnselen der sociale insecten, het vluchten voor een
vijand, het vangen van een prooi, de aanpassing der huis-
dieren aan de menschelijke samenleving hangen alle samen
met gewoonte-vorming.
*) Groos, K. Die Spiele der Tiere Jena 1907.