levend pieoe de milieu, dat zelfs te dol is voor de Duizend en een Nacht en dat men zou moeten zoeken, maar een beetje minder brutaal en met een minder onhebbelijke toespraak, in de Middeleeuwen. De schrijver is brutaal genoeg, ons te willen doen gelooven, dat dit herhaaldelijk in verschillende deelen van de wereld voorkomt. De Heeren zitten in de hemdsmouwen en met losse dassen om den hals; ik houd het er voor, dat de schrijver deze laatste bijzonderheden ontleend heeft aan herinneringen uit het tabakskollegium van Koning Friedrich Wilhelm en daar de „Kultur" uit Duitschland heet te komen, stelt hij zich voor, dat Amerika in de hoogste kringen Duitsche vormen vertoont. De brutaliteit, waarmee de schrijver optreedt, bereikt bij de beschrijving van het bezoek van Prins Friedrich van Pruiss/en aan de Vereenigde Staten, inderdaad een verbazende hoogte, waar hij vertelt, dat de prins een koffer vol souvenirs en ridderlintjes meebracht, om die in Amerika uit te deelen. De man staat voor niets. Hij vertelt, o.a. dat alle Duitsch-Amerikaansche oud-soldaten-vereenigingen, de zangersbonden en dergelijke van New-York voor den prins defileerden. Een der adjudanten rapporteerde daarop aan den prins 97 minuten en een ander officier 66500. Dergelijke operaties hadden plaats in elke stad, die de prins bezocht. Het moet een geweldige administratie geweest zijn, om daarop vast te stellen, dat de prins 23000 Duitschers voor zich had voorbij zien trekken, oud tusschen de 25 en 40 jaar. Ongetwijfeld is het bovenstaande niet geloofwaardig, maar al was het waar, dan zou men toch moeten vragen: waartoe is al die drukte noodig.
Dertien is een ongelukkig getal en het tooneel, dat in het dertiende hoofdstuk voor ons geteekend wordt, zou men moeten houden voor het werk van iemand, die aan hallucinaties lijdt.
Grappig en in lijnrechten tegenspraak met de berichten waarmee het boek begint, wordt hier verhaald, dat de