scheppen." Overschatting van de economische actie is natuurlijk bij deze strooming aanwezig, doch blijkbaar schakelt zij den parlementair politieken strijd niet uit. Daarom is het geen Fransch syndicalisme, al voelen haar woordvoerders zich daaraan verwant. Wij meenen, dat de Engelsche vakbeweging moeilijk meer tot een Fransch syndicalisme afdalen kan." Daarvoor is het land te sterk industrieel ontwikkeld, het besef der noodzakelijkheid van vaste, gecentraliseerde massale organisatie te diep geworteld. De algemeene stakingen in het transport bedrijf, het spoorwegverkeer, de nu dreigende algemeene mijnwerkerstaking, zij hebben met de algemeene staking, die de syndicalist als het heilmiddel propageert in tegenstelling tot de parlementaire politiek slechts den naam gemeen. Van deze geweldige economische conflicten, welke in het teeken der lotsverbetering, niet in dat der „Sociale Revolutie" staan, geldt de uitspraak van Parvus (de Vakbeweging, Holl. vertaling, blz. 13): „Van een strijd tusschen een hoopje arbeiders en enkele ondernemers, die door niemand ter wereld bemerkt, verloopen kon, wordt de staking tot een sociale gebeurtenis, die de productie en de maatschappelijke samenleving in haar grondslagen doet schudden."
Maar ook, door de inmenging van de Staatsmacht (blz. 19): „Stakingen worden politieke handelingen", die de dringende noodzakelijkheid openbaren van politieke actie, door de vakvereenigingen te voeren naast haar economische, in samenwerking met de sociaaldemocratie.
In de algemeene vergaderingen van twee belangrijke organisaties, zagen wij de nieuwe inzichten in de vakbeweging duidelijk naar voren komen. In de mijnwerkersfederatie was nog op de jaarlijksche conferentie van 13 Juni ƒ.1. de gedachte van een landelijke staking verworpen en werd tegelijkertijd de tegen het advies der leiding begonnen en voortgezette strijd in Zuid Wales veroordeeld. Thans zijn de opstandelingen tegen de verouderde begrippen, welke in de federatie overheerschte, in het Hoofdbestuur gekozen en werd in principe voor een landelijken strijd beslist, indien de eigenaren niet tot concessies bereid waren. Op het congres der spoorwegmannen in Carlisle, viel allereerst het scherpe verzet tegen de regeering op te merken en daarnaast de verbinding van politieke en economische actie in de aangenomen resolutie voor een bij de wet vastgestelde 8-uren dag en naasting der spoorwegen van wege den Staat, welke laatste eisch na de staking in Engeland sterk naar voren is gekomen.
De geest, die de vakbonden verjongen moet, is die van de sociaaldemocratie, de organisatie van het proletariaat als klasse, langs politieken en economischen weg nastrevend de opheffing van alle uitbuiting. Een mooie tijd voor sociaaldemocratische propaganda is thans in Engeland aangebroken. Vele duizenden zijn dezen zomer tot nieuwmenschzijn gewekt. Zij hebben de geweldige kracht aanschouwd, die in hun eenheid en hun gedisciplineerd optreden was besloten. Klassenbewustzijn is in hen opgeleefd, doch niet is in hen de „kennis van knechtschapsgrond", die den weg ter ontkoming wijst. „Hoop en moed zijn gekomen", anders zien zij de wereld aan. Dorst is er nu naar weten. En die dorst moet door de sociaaldemocratische propaganda worden gelescht. De sociaaldemocratie is meer dan een verkiezingspartij, welke naar de macht dingt als ieder andere. Zij heeft grooter werk te verrichten dan op het parlementair politieke toernooiveld, nu eens in samenwerking