zal vragen, zoowel landelijk tusschen arbeiders van verschillende bedrijven, als internationaal in een bepaald beroep.
Geen frases over revolutie-romantiek zullen dat kunnen voorkomen. Het kapitalisme nivelleert de verschillen in de vakbewegingsmethode. Het zal de Fransche organisatie nopen tot centralisatie, vorming van kassen, toepassen van parlementaire klassepolitiek. Het zal in den Duitschen vakvereenigingsstrijd het element brengen, dat terecht in een zwakke beweging verderfelijk moet worden geacht en voor het eene bedrijf grooter nut zal afwerpen dan voor het andere.
De tegenstelling, die partijgenoote H. Roland Holst in haar boek over algemeene werkstaking maakt tusschen beide vormen van solida-riteitsstrijd (blz. 12 en volgende, Duitsche uitgave), wordt overwonnen. Zoowel de internationale beroepsstaking als lokale veralgemeende staking hebben voor hun welslagen, naast sterk sprekend klassegevoel, als voorwaarden: sterke organisatie, hoog-ontwikkelde discipline en groote scholing. Ook de sterke organisaties zullen tegenover het patronaat vaker een beroep moeten doen op de solidariteit der makkers in andere bedrijven, van die in hetzelfde beroep in een ander land.
Zoowel de lokale en landelijke algemeene stakingen, als de internationale beroepsstrijd maken het noodzakelijk, dat het verband tusschen vakbeweging en sociaal-democratie wordt vernauwd. De groote conflicten, die zij te voorschijn roepen, zullen tegelijkertijd een politiek karakter hebben. Niet alleen het economisch, maar ook politiek georganiseerd patronaat zal de vakbeweging als tegenstander op het oorlogsterrein vinden. En zooals de vakorganisatie in een tijd van geleidelijke ontwikkeling, mogelijk door voortdurend uitzettingsvermogen van het kapitalisme, in de sociaal-democratische politiek een sterk element van vervlakking en van opportunisme brengt, zoo zal zij in een situatie als de tegenwoordige, de politiek der sociaal-democratie tot een scherp-afgebakende klassepolitiek maken,, zich richtend tegen de geheele bourgeoisie, niet lettend voornamelijk op het resultaat van morgen, maar bovenal in het oog houdende de revolutioneering der geesten van de arbeiders, opdat dezen opgewassen zijn tegen de zware inspanning, die van hen wordt gevraagd.
Voor geen verwarrende opvattingen over een eigen vakbewegingstheorie, een eigen vakbewegings klassenstrijd, die moet gestreden met bijzondere, van de sociaal-democratie afwijkende of deze ontmannende middelen, is er plaats. Socialistisch inzicht, socialistisch idealisme is sterker noodig dan ooit.
In den strijd voor de algeheele bevrijding der arbeidersklasse, voor de dictatuur van het proletariaat, die de socialiseering der productiemiddelen verwezenlijken moet, wordt de vakbeweging, haar massale organisatie, haar speciale wapens, een beslissende factor. Tendenzen kunnen in haar leven van berusting in en aanpassing bij het huidige voortbrengingsstelsel. Het vakvereenigingsprogram richt zich niet op de omwenteling van zijn grondslagen. Maar de werkelijkheid van den al scherper wordenden strijd brengt die tendenzen tot zwijgen. „Zij maakt haar onvermijdelijk tot een orgaan der sociale revolutie." *)
*) Pannekoek: „Taktische Dinerenzen", blz. 92.