_ 4 —
Fouten der
areometrische
methode.
Van de laatste tien monsters werd het soortelijk
gewicht bepaald met behulp van de Westphal'sche
balans. Voor temperatuur-correctie werd in rekening
gebracht 0,0002 per graad C. (gemiddelde uit meer-
dere waarnemingen berekend).
Uit bovenstaande tabel blijkt nu wel, dat groote
verschillen in caoutchoucgehalte steeds correspondeeren
met duidelijke verschillen in soortelijk gewicht. Wor-
den evenwel de eerste kleiner (tot op 1 a 2 %), dan
is er van eene regelmatige betrekking geen sprake
meer. Waarschijnlijk is dan de invloed der aan de
methode eigene fouten te groot geworden. Deze
fouten worden veroorzaakt door de volgende omstan-
digheden :
1). het feit, dat de latex vaak reeds min of meer
in toestand van spontane coagulatie is, zoodat de
vloeistof vrij grooten weerstand biedt aan den areo-
meter. Men kan dan voor eenzelfde latex zeer ver-
schillende waarden vinden van het soortelijk gewicht;
2). de moeilijkheid, om juist af te lezen. De
latex kruipt tegen den steel van den areometer om-
hoog, waardoor de waarneming der juiste inzinking
zeer bemoeilijkt wordt. Dit zou alleen voorkomen
kunnen worden, door het instrument zóó te construeeren,
dat de afstand der deelstrepen onderling zoo groot
mogelijk wordt. Hiertegen bestaan evenwel practische
bezwaren, z. a. uit de volgende redeneering blijkt.
Het gehalte der latex in de verschillende coagu-
leerbakken (inhoud ongeveer 75 L.) eener groote
rubberondernemine bleek te varieeren van 1 2 tot
Nemen wij nu aan, dat voor behoorlijke aflezing de
onderlinge afstand der deelstrepen van den areometer
0,5 c.M. ') bedragen moet en dat de afstand tusschen
twee deelstrepen correspondeert met een verschil in
caoutchoucge
halte
van
0,25
lan zou bijv. voor
') Dat deze eisch niet overdreven is, blijkt wel hieruit,
dat de graden van goede lactodensimeters (melkvochtwegers)
een afstand moeten hebben van 8 tot 10 m. M,