- 14 -
is door Blanksma ') aangetoond, dat groene planten-
deelen, wanneer ze eenigen tijd onder water bewaard
worden, aethylalcohol en acetaldehyde vormen als
producten van anaërobe ademhaling.2)
In verband met deze ontdekking van Blanksma,
werd ook de versche latex op aanwezigheid van aethyl-
alcohol onderzocht. Het fikraat van het para-nitro-
phenylhydrazonneerslag werd daartoe geneutraliseerd
en opnieuw gedestilleerd. In het verkregen destillaat
kon aethylalcohol niet worden aangetoond.
Aethylalcohol is het gewone product van intramole-
culaire ademhaling. De afwezigheid van aethylalcohol
hier sluit dus wel de mogelijkheid uit, dat het acetal-
dehyde van versche Hevea-latex door anaërobe adem-
haling kan ontstaan zijn.
Rosenthaler 3) heeft er op gewezen, dat formaldehyde
en acetaldehyde ontstaan kunnen door oxydatie van
meerdere verbindingen, welke zeer verbreid in de
hoogere planten voorkomen. Zoo kan acetaldehyde
gevormd worden door oxydatie van rhamnose en van
melkzuur. Het acetaldehyde in Hevea-latex kan echter
m. i. moeilijk worden opgevat als oxydatie-product,
tenzij men aanneemt, dat het als zoodanig in andere
cellen gevormd wordt, en eerst daarna naar de melk-
sapvaten wordt getransporteerd. Vorming door oxydatie
van andere verbindingen in de melksapvaten zelf is
daarom weinig aannemelijk, omdat het dan niet te
verklaren zou zijn dat de in groote concentratie aan-
wezige, zeer oxydabele caoutchouc-koolwaterstof in het
geheel niet geoxydeerd zou worden.
Gedurende Een merkwaardig feit is nog, dat de latex, welke
den bladafval getapt werd gedurende de periode van bladafval, veel
bevat de latex minder acetaldehyde bevat; in het destillaat werd geen
minder acetal- ___________.
dehyde. ^ pharm Weekbl 46_ 1295. (1913).
2). Het is niet onwaarschijnlijk, dat het acetaldehyde
in het destillatie-water van sommige aetherische olieën,
eveneens een product is van anaërobe ademhaling.
3). Arch. der Pharmazie 251. 587. (1913).