PROEVEN OVER OXYDEERBAARHEID
VAN HEVEA-RUBBER.
Onze kennis
der pekkig-
heid van rub-
ber.
Is het van be-
lang, ook voor
de praktijk,
de oxydeer-
baarheid der
caoutchouc
verder te be-
studeeren ?
Nadat in de laatste jaren het verontrustende ver-
schijnsel der pekkigheid van plantagerubber aan tal van
oorzaken was toegeschreven (warmte, zonlicht, bac-
teriƫn, chemische agentia enz.) staat het nu vast, dat
pekkig-worden het uiterlijk-waarneembaar gevolg is
eener auto-oxydatie, welke vooral onder den invloed
van het zonlicht gemakkelijk kan intreden.
De strijd over de quaestie, of hier al dan niet
oxydatie in het spel is, is vooral beslecht door de
onderzoekingen van Fickendey ') en Gorter 2).
Fickendeys onderzoek leidde tot de belangrijke
conclusie : zonder zuurstof geen pekkigheid. Gorter
kon deze uitspraak volkomen bevestigen. Hij bracht
door elementair-analyse het correcte bewijs, dat pekkige
rubber een oxydatie-product is. De aard en het ver-
loop dezer oxydatie werden nader door hem bestu-
deerd.
Men heeft wel eens de meening uitgesproken, dat
het de moeite niet loonen zou, om de pekkigheid
der caoutchouc verder te bestudeeren, omdat het ver-
schijnsel gelukkig niet zeer dikwijls voorkomt. Ook
meende men, kennende den verderflijken invloed
van het zonlicht, in het vervolg de rubber afdoende
voor pekkigheid te kunnen vrijwaren door den toe-
gang van het directe zonlicht in de drooghuizen te
weren, rood glas voor de ramen te gebruiken enz.
Maar deze verwachtingen zijn niet geheel in ver-
vulling gegaan. Pekkig-worden komt nog steeds voor,
') Koll. Zeitschr. 9.81. (1911).
2) Mededeelingen over Rubber no. II. Dept. van L., N. en H