- 40 -
evenwel uit deze monsters de oplosbare serum-bestand-
deelen verwijderd zijn, neemt de oxydeerbaarheid sterk
toe. De sterke oxydatie, welke nu volgt, kan voor
een deel op rekening gesteld worden der verwarming
(een uur drogen bij 105"C.) indien men slechts goed
voor oogen houdt, dat de toestand van verhoogde oxy-
deerbaarheid, waarin de rubber verkeert, een gevolg is
van de verwijdering der oplosbare latex-bestanddeelen.
Niet de verwarming heeft hier de toestands wijziging
van de rubber veroorzaakt (z.a. in Van Rossem's
proeven), maar het verloop der oxydatie bij de
verschillende monsters (Fig. II, III en IV.) dwingt,
om aan te nemen, dat in eerste instantie de al of
niet aanwezigheid der serumbestanddeelen de oxyda-
biliteit der rubber bepaalt.
Dat ingedampte rubber ook voor den oxydeerenden
invloed van verwarming minder gevoelig is dan ge-
coaguleerde caoutchouc, werd bovendien nog op
directe wijze door de volgende proef aangetoond.
Een tiental rubber-monsters, twee aan twee uit
dezelfde latex bereid, het eene door coaguleeren met
azijnzuur, het andere door totale indamping bij 80-
90° C, werden in de lucht blootgesteld aan eene tem-
peratuur van 105° C. (in het donker). Na één uur
was geen enkel der ingedampte monsters merkbaar
pekkig geworden, daarentegen waren alle gecoagu-
leerde monsters duidelijk kleverig.
Wat hierboven is medegedeeld omtrent den invloed
van licht en warmte op verschillende rubber-monsters
kan worden samengevat in deze, ook voor de prak-
tijk gewichtige, conclusie:
Rubber, bereid door indamping der latex is, onder de-
zelfde omstandigheden van verwarming en belichting, veel
minder oxydeerbaar dan door coaguleeren bereide caout-
chouc.