haarbos, die neerplakt onder den koppigen stuwdrang in 't leven, en door een ringbaard als van een zeebonk, vechtend tegen alle elementen tegelijk. Inderdaad een gelaats-concentreering van de levens-essentie die zwoegde in dezen man als in een held der oude Eddas.
En hoe Nuyens er van binnen uitzag? Als hij 't zelf nog niet wist kon hij 't straks, toen hij wou hooren of hij al dan niet een Kamer-candidatuur zou aanvaarden, uit een van Schaepman's speelsch-prachtige brieven vernemen: »Men zegt dat gij nog ietwat liberalisme in u hebt, dat gij te weinig filosoof en theoloog zijt om volop staatsman te wezen, dat gij veel over u zeiven spreekt (ik heb mij voorgenomen u alles te zeggen), dat gij te enthousiast zijt. Wat is daarvan waar ? Zoo goed als niets Gij zijt geen liberaal, maar gij zegt soms dingen die er op gelijken. Uw oordeel over de Maistre heeft geen gunstigen indruk gemaakt. Al dat geleuter over theologie en filosofie is het geleuter van pedanten. Niet dat ik u voor een staatsman houd, maar een Kamerlid behoeft geen staatsman te zijn. Enthousiasme is kracht die een leidenden wil behoeft. Over u zeiven spreken; te mijnen aanhoore heeft men uw prospectus van de Vaderlandsche Geschiedenis (dien ik goed vind, al zou ik het een of ander geschrapt hebben) gedechireerd. Ainsi va le monde! Zij die niet over zichzelve kunnen spreken, nemen u kwalijk, dat gij 't kunt. Toch moet gij u hierin in 't openbaar temperen, wees objectief. Objectiviteit is realiteit, en die triomfeert. Ik laat degenen, die u voor niet aristocratisch genoeg houden, volmaakt buiten spel, die lach ik uit, doe ook zoo!« l)
En later zegt Schaepman de dingen weidscher, maar even raak, voor 't publiek : »De beoefening der Nederlandsche Geschiedenis, in het bijzonder de kennisneming van hetgeen onze katholieke vaderen in de dagen der beroerten hadden doorstreden en geleden, maakte hem in niet geringe mate afkeerig van alles wat op Calvinisten, Gomaristen en hunne geestverwanten geleek. De verdraagzaamheid, door Oldenbarneveld en de Arminianen ten toon gespreid, trok hem aan. Hij meende zelfs dezen geest in onze hedendaagsche liberalen terug te vinden, en was in menig opzicht van hunne practische staatkunde niet afkeerig. Maar de theorie van het liberalistne heeft hij steeds eenvoudig verworpen.
) Schaepman aan Nuyens, 28 Febr 1S71, aangehaald door Görris, 255.