latigheid te brengen, en zoo ten laatste allen geestelijken voortgang' en inspanning voor de bewaking des harten als uit afkeer van het goede te doen verwaarloozen. Deze dingen zijn het werk van den vijand, die van de aanschouwing" Gods in den hemel is verstooten. Want daar hij zelf geheel en al van God afgekeerd is, beraamt hij alle kwaad tegen die wèl handelen, en vooral als zij willen bidden en in hun binnenste keeren, en om verschooning vragen voor hunne misdaden. Helaas, de booze legt sluw alle goeden zijn lagen. Want zijn net heeft hij over heel de wereld fijn geweven en zeer wijd uitgespannen; monniken en kloosterzusters, onderhoorigen en oversten, hen, die voor zich alleen zorgen en die met zorgen voor anderen belast zijn belaagt en bekoort hij, om zij het ook maar één vischje aan den haak te lokken der begeerlijkheid, en het uit den vijver der kloosterlijke tucht op het strand der wereld te halen,