wel opvallend heeten, maar hij was even gehccht aan den Bijbel als Taylor; hij raeende
dat de pyramide pas recht kon worden begrepen door er op te laten schijnen het licht
van het Oude Testament, en verband ') te brengen tusschen het verblijf der Israelieten
in Egypte met den pyramidebouw; hij had het idee nu eenmaal beet en 1 iet niet los.
Het "pyramidalisme" begon nu eerst recht, want de keten was gesloten: bij elkaar had
men de Pyramide, de Heilige Schrift en.....een bekwaam, godsdienstig en uiterst door-
tastend man.
Toen dan ook de Royal Society, waartoe hij natuurlijk behoorde, hem niet hielp
aan de noodige fondsen, en toen dat genootschap zelfs een deel van de voor weten-
schappelijke expedities en onderzoekingen bestemde regeeringstoelage onaangeroerd liet
met de mededeeling dat er verder niets was dat bijzonderen steun behoefde, — toen
pakte hij nog in dat eigen jaar 1864 zijn koffers en trok naar Cairo, vergezeld van zijne
echtgenoote.
Hoe hij daarbij te moede was, blijkt uit de volgende woorden:
"There is a most depressing feeling, when one ßrst makes the discovery in life, that
those whom we have long implicitly followed hitherto, and respected for their years,
Station and higher attainments, their more extensive knowledge and greater strength of
mind — have not the spirit of justice within them ...." 2)
Vijf maanden lang was hij aan het teekenen en opmeten, en overnachtte met zijn
vrouw en een bediende in een der rotskamers van den pyramideheuvel, terwijl de lastige
Bedoeinen door bijzondere Orders van den Onderkoning in toom werden gehouden.
Hoe hij dat alles voor elkaar kreeg wordt alleraardigst verteld — ik zeide immers
dat hij zoo goed stylist was — in het eerste deel van het boek dat kort daarna ver-
scheen, teekeningen in overvloed bevatte en keurig was uitgegeven, maar thans zeer
zeldzaam schijnt te zijn. Naast mij ligt het eenige in Nederland verkrijgbare exemplaar,
behoorend aan de Theosofische Vereeniging.
Maar .... de wetenschap verstaat de kunst van iets in den ban te doen even voor-
treffelijk als de kerk eertijds. Zij moest erkennen — althans het tijdschrift "The Athe-
naeam" erkende volmondig 3) — dat de expeditie, hoe klein ze ook was, van voor-
]) Voor buitenstaanders soms een ongeloofelijk, een grotesk, een dolzinnig verband; en
dat ten aanzien van de meest uiteenloopende grootheden en quaesties, als soortelijk gewicht,
temperatuur, enz.
s) p. 456 Life 6 Work III.
s) 1867 p. 71. "We have great admiration for the whole conduct of the expedition and high
sense of its value, let the truth be what it may."
14