onze smeekingen, en verheugen zich de heilige Engelen in den hemel om ons, omdat wij van heeler harte ons keeren tot den Heer, onzen God, die de zaligheid is aller heiligen.
3. Doch daarentegen beproeft Satan de ziel van den religieus van dat hoogste Goed af te trekken, en door middel van verschillende gelegenheden en bekoringen haar te belemmeren, en geeft haar gedachten in van hoogmoed, toorn, gulzigheid, onkuischheid, afgunst, tweedracht, hardvochtigheid, veinzerij, lastertaal, wantrouwen, kleinmoedigheid, onstandvastigheid, verslapping en nalatigheid en van alle ander kwaad, te veel om te noemen, om haar van de zoetheid der hemelsche zaken en de reinheid der Engelen verwijderd en met de lagere en ijdele dingen langduriger bezig te houden; en ook om, wegens de te groote moeilijkheid om de bekoringen te overwinnen, in het zoeken en aanroepen van God tot na-