i7i
nog al niet meer onder haar beheer: de coöperatieve bakkerij en winkel, een onderling ziekenfonds, een begrafenis-vereeniging, de proeftuin voor groententeelt.... Alles had ineens een hooger vlucht genomen, toen zij er zich voorspande. Hij was zelf de man niet, om al die dingen na te loopen. Ze hadden in het eerst een zoo kommervol bestaan geleid en soms wist hij den warwinkel ternauwernood uit te komen.
Maar Mathilde wijdde zich heelemaal aan die zaken, werkte er zich in, administreerde alles uiterst zorgvuldig en bezat heel veel tact om de hand te leggen op vertrouwde en kundige leiders.
Hij wandelde door, maar hij zou nu toch niet bij haar aangaan. Hij zou haar maar in haar drukke werkzaamheden storen en hij had zelf ook nog veel te doen.
Tot voor haar woning maakte hij zich wijs, dat hij zou doorloopen, maar toen zag hij in haar tuin ineens merkwaardige bloemen en bij haar huisdeur vergat hij die bloemen en trok onwillekeurig aan de schel.
't Was een eenvoudig huis met één verdieping, de deur in het midden en aan eiken kant 2 ramen. Ze leefde daar als een werkslaaf, zich geen tijd gunnend voor vermaak, altijd vervuld van de zaken, die ze op touw had gezet en toch steeds te spreken voor menschen, die haar hulp of raad noodig hadden.
De dienstbode liet hem in de woonkamer.
Waarom hij zich nu juist zoo beklemd gevoelde en zoo klopperig in de borst, of hij als burger-scholier tegenover een meisje kwam te staan. Die gekheid was hij toch allang ontgroeid en nu al drie, vier jaar was Mathilde om zoo te zeggen zijn compagnon, zijn trouwe en onvermoeide werk-kameraad.
Ha, daar was Simon Koch ook bij haar. Dat deed hem weer heelemaal zijn kalmte herwinnen.
„Wel, dat tref ik," riep Simon, „eerst heeft Mathilde me al jullie scheppingen doen bewonderen en nou ook