410
Mengelwerk.
of de geheele school was leeg geloopen, de jongens op het
ijs en de kneppeldrager gereed den kneppel weer tus-
schen den ring van de deurklink der school te steken.
Mr. Heinrich was er echter op bedacht den alvermo-
gende van Ganten even op den schouder te tikken en in
school te lokken. Hij nam in zijn eergestoelte plaats en wees
den kneppeldrager op een der banken. Het was of Mr. Hein-
rich opzettelijk dit oogenblik en deze houding koos, om
des te meer invloed te kunnen uitoefenen. Hij begon van
r/ijne aanstelling, van de overeenkomst en van bet drenthsch
gebruik van woord te houden. Dit moest hij wel doen, wilde
hij niet verplicht wezen elders heen te gaan.
De onderscheidene volzinnen, deels in drenthsche deels in
duitsche sprake geuit, maakten verschillenden indruk op
den Gantenaar. Overeenkomsten en het eens gegeven woord
moest men houden. Dat was en bleef een deugd der vaderen,
dacht de kneppeldrager. Maar — in dien tijd hield men er
ook „ maren" op na — het akkoord gold huisvesting, kost
en geld voor onderwijs. Dat onderwijs nu was met des
„Heeren" tusschenkomst onnoodig gemaakt door „ ijsver-
maak;" ergo: het contract was verbroken en van nul en
geener waarde.
Nu was het de beurt van Mr. Heinrich om ernstig en
boos te worden. „ Serapis , o Serapis! Sie haben mir einen
schönen Schabernack gespielt! Das ist viel unglück ! Eine
dämliche Wirthschaft!............
J, mein theuerstes Freundchen, ik ben aangesteld en jelui
zult me huis en brood geven. Gij zult, gij zult toch niet
die Zahlungen einstellen?"
Alhoewel de kneppeldrager niet recht verstond wat de
meester letterlijk zeide, begreep hij uit gebaren en toon
volkomen, welken zin hij aan de ontboezeming van Mr.
Heinrich te hechten had. Daarom ging hij een weinigje