Full text: Astronomica / M. Manilius ; [uit het Latijn] in het Nederlandsch vert. door J. van Wagening...

hemel met den hemel. Ook de Plejaden en de Hyaden, die beide van den woesten Stier deel uitmaken, neigen naar de streek van Boreas. Dit zijn dan de sterrenbeelden van De sterren zui-den noordelijken hemel. 
d?e'reknriemden Aanschouw nu de sterren, die beneden den zonsweg verrijzen, over de verzengde streek der aarde heenglijden en 
375 zich wentelen tusschen den keerkring van den kouden Steenbok en dat deel van het hemelgewelf, dat op de zuidpool rust. Onder deze ligt het andere deel der aarde, voor ons ontoegankelijk, onbekende volken en rijken zonder verkeer met ons, die wel aan één zelfde zon het gemeenschappelijk 
380 licht ontleenen, maar de schaduwen anders dan wij zien vallen, ter linkerzijde de sterren zien ondergaan en ter rechterzijde opgaan, doordat voor hen de hemel gedraaid is. Maar het uitspansel is voor hen niet kleiner of zwakker in lichtsterkte; evenmin zijn de sterren, die dagelijks haar baan afleggen, minder in aantal. Zoo doen ze dus in dat alles niet onder, maar in één opzicht worden ze overtroffen: 
385 in het gesternte van Augustus, dat aan onze wereldhelft is ten deel gevallen: Caesar thans op aarde, later oppergod in den hemel. 
Dicht bij de Tweelingen kan men Orion zien, die zijn armen over een groot deel van den hemel uitstrekt en met niet minder wijde schreden zich tot de sterren verheft. Zijn 
390 schouders vallen in het oog door twee fonkelende lichten, terwijl zijn zwaard neerhangt aan een gordel van drie sterren. Zijn hoofd lijkt weggedoken in de hooge aether, zijn gelaat door drie sterren kenbaar, eenigszins teruggetrokken, niet omdat deze minder helder zijn, maar omdat ze hooger 
395 staan en verder verwijderd zijn. Onder zijn geleide leggen de sterren haar weg af langs de geheele hemelbaan. Onmiddellijk op hem volgt het Hondsgesternte, voortijlend in snelle vaart, zoowel bij zijn opgang als zijn ondergang voor de aarde het gewichtigst en het geweldigst gesternte. Nu eens doet het <ons> huiveren, als het in den wintertijd opgaat, dan weer verlaat het de aarde en geeft haar aan het zonlicht 
400 prijs. Zoo is zijn invloed op de wereld tweeërlei en brengt het tegenstrijdige dingen tot stand. Wie op den hoogen top
	        
Waiting...

Note to user

Dear user,

In response to current developments in the web technology used by the Goobi viewer, the software no longer supports your browser.

Please use one of the following browsers to display this page correctly.

Thank you.