EERSTE AFDEELING.
.1.
's-Gravenhage, 6 October 1906.
Beste Neef Piet,
Je zult wel verwonderd staan kijken, dat je een brief
van me ontvangt, want dit is nog niet vaak gebeurd. Maar
er is nu wat bijzonders op til, en daarom laat ik wat van
me hooren.
Je moet dan weten, dat den len December mijn ouders
hun 25-jarige echtvereeniging hopen te vieren. Ze willen
er niet veel drukte van maken, maar dien dag toch ook
niet onopgemerkt laten voorbijgaan. Daarom zal alleen de
naaste familie, dus alle ooms en tantes, en de neefjes en
nichtjes boven de \% jaar, tot het feest uitgenoodigd worden.
Leuk, dat jij in deze maand juist 12 jaar wordt, hè?
Maar nu wou ik je wat voorstellen. Broer Frits en mijn
zusters zullen met een paar kennissen een tooneelstukje
opvoeren, om de gasten wat te vermaken. Zouden wij, dat
zijn jij, je zus Cato en ik, ook niet zoo iets kunnen doen ?
't Moet natuurlijk de moeite van het aanhooren waard
zijn. Schrijf me nu eens gauw terug, of jij en Cato komen
wilt, of je er zin in hebt zoo'n stukje te spelen, en of je
ook 't een en ander weet, dat voor die gelegenheid zou
passen.
Adresseer je brief aan mijn broer Frits, want anders
merken Vader en Moeder misschien wat van het plan.
Dag!
- Je Neef Herman.