104
woorden , en het werd. Gg riept den aangenamen
dag , tot bezigheden bestemd , —- en den nacht
schiktet Gij met zijne duisternis en zijn schemer-
licht tot rust en verkwikking. Hoe zoet zal die
rust voor den eersten, onschuldigen mensch ge-
weest zijn!
14.
BESCHOUWING VAN EEN ONWEDER.
Hoe donker wordt ginds de gezichteinder ! Hoe
verzamelen zich de wolken ! Hoe spoedig bedek-
ken zij den Hemel, en beletten den stekenden zonne-
stralen tot de aarde te naderen! Hier en daar
is nog het azuren gewelf zichtbaar ; maar geheel
de lucht is meest met zwarte wolken bezet; zij
pakken zich statelijk opeen, en bedekken de
aarde met een donker floers. Hoe stil is nog de
wind ! Zijn' laatsten adem schijnt hij nu uit te
blazen. De gansche natuur is in verwachtende
aandacht verzonken. — Maar daar doorkruist een
gloeiende bliksemstraal reeds den hemel ; de
saamgepakte wolken ontlasten zich van de over-
vloedige electrieke stof. Daar rommelt reeds de